Stroom

Bij het wiegen van het water,
slaap je dicht tegen mij aan.
Ondanks de golven en de stroming,
ga je niet bij mij vandaan.

Want ik kus je en ik draag je,
bij mij, hier in mijn hart.
Maar niet alleen van binnen,
jij hoort bij me dag en nacht.

Oh klein ventje, lieve jongen,
blijf een kind je leven lang.
Blijf verbaasd en onverschrokken,
zo lief, zo teer en wees niet bang.

Golven ga je over,
met de stroming ga je mee.
Voel het water door je vingers,
proef het zoute van de zee.

Klein lief ventje, mooie jongen,
blijf een kind je leven lang.
Verbaas, ontdek, verwonder,
ervaar en wees niet bang.

Moddersoep

 

Met je handen in de modder
Water, aarde en wat zand
Wroeten lekker met een stokje
Modderworsten door je hand

Ja joh, ga er maar in liggen
Mama wast je jas wel weer
‘Daar hebben we een machine voor’
Zeg ik voortaan dus niet meer

Op je neus, je wang, je oor,
In je mond en in je haar
Even rollen, nog wat extra
Je vindt het allemaal geen bezwaar

Lekker vies en lekker smerig
Grote bende, jij zo klein
Van top tot teen een smeerpoets
Wat is moddersoep toch fijn