Ode aan de vrouw

Een ode aan de vrouw. Aan de vrouw in al haar vormen, aan de vrouw in al haar seizoenen, in elke levensfase, in elke hoedanigheid. Aan de vrouw die zo is geboren, aan de vrouw die zo is geworden, aan de vrouw die zich volledig vrouw voelt, aan de vrouw die daarvan minder zeker is.

Aan de dochter, de moeder, de wijze oude vrouw en de seksuele vrouw. De vrouw die groeit, die bloeit, die huilt, lacht, vrijt, vloekt, zorgt, liefheeft, verliest, werkt, danst, vecht, rent en tot stilstand komt. Aan de vrouw die voelt, maar ook de vrouw die dat (nog) niet durft.

Ik gun (iedereen en) elke vrouw fysieke en emotionele vrijheid. De vrijheid om te doen waar ze gelukkig van wordt, om zich vrij te voelen en te bewegen in de wereld, om haar eigen keuzes te maken, over haar lichaam, haar leven, haar fysieke en emotionele pad.

Ik identificeer mij volledig met mijn vrouwzijn, als is dat niet iets wat ik altijd heb gedaan. Van mijn derde tot mijn tiende wilde ik graag jongetje zijn. Mijn ouders hebben dat nooit veroordeeld en me omarmd zoals ik was. Ik heb daarvan geleerd dat ik mijn eigen identiteit mag bepalen. ik heb ook op jonge leeftijd geleerd dat sommige mensen je veroordelen.

Maar toch had ik een luxepositie: ik mocht me als een jongen voelen, kleden, mijn haar knippen, doen. Het was oké, mijn ouders maakten en gaven de ruimte die ik nodig had.

En ik mocht ook weer ‘opnieuw’ kiezen. Ik ging me in de puberteit steeds meer vrouw voelen. En ook dat was weer oke; ik mocht me stoer, verlegen, krachtig, onzeker, vrouwelijk, hetero of toch biseksueel voelen, zelf kiezen met wie ik een relatie aanging, wanneer ik voor het eerst sex had. Ik koos mijn vrienden, mijn studie, het moment dat we een kindje wilden.

Ik heb gekozen, ik heb mogen kiezen. Niet alleen van anderen. Maar ook van mezelf. Vooral van mezelf. En daar voel ik steeds meer vrijheid.

Om de vrouw te zijn die ik ben, de moeder te zijn die ik wil zijn voor mijn jongens. Om bewust het zwaartepunt van mijn zingeving in het ouderschap te leggen, om te thuisonderwijzen, om daarnaast óók mijn eigen ontwikkeling op werkgebied belangrijk te vinden. Om mijn liefde te delen, om me te verbinden (emotioneel én fysiek) wanneer en met wie dat goed voelt. Om afscheid te nemen van verbindingen die niet gezond meer voor mij zijn.

Om me druk te maken om dingen die ik belangrijk vind, om me afzijdig te houden van hot items waar ik geen mening over heb of wil hebben, ik hoef me niet slimmer voor te doen dan ik ben, of mijn kennis onder stoelen of banken te steken. Ik mag erkennen dat ik me een sensueel wezen voel, intens van sex geniet. Ik mag ook erkennen als mijn behoefte daar niet ligt. Ik mag dansen, me kleden, me bewegen zoals ik dat wil. Een ander mag daar iets van vinden. Maar heeft geen zeggenschap over mij.

Ik wil me voeden en omringen met dingen, situaties en mensen die mij die vrijheid geven. Die goed voor me zijn. Ik voel me enorm gezegend als vrije, radicale, eigenwijze vrouw.

Ik gun elke vrouw dat gevoel. Dat je zacht bent, dat je kwetsbaar bent. En tegelijkertijd: dat je jezelf zo omarmd en liefhebt om jouw keuze te maken. Vanuit moed, vanuit vrijheid. Niet niet-kiezend vanuit een ‘zo moet het’ of een ‘zo is het’. Of misschien zelfs vanuit een angst. Wat anderen denken, wat anderen zeggen, wat anderen doen.

Het is vandaag internationale vrouwendag.

Is het nodig dat we daar een aparte dag voor hebben? Ja. Dat denk ik wel.

Niet omdat ik een lans wil breken voor feminisme, of denk dat wij als vrouwen méér dan mannen een dag nodig hebben. Nee. Ik denk dat het goed is om ergens bewust mee bezig te zijn, om ergens bij stil te staan.

Dit jaar is het thema iets dat mij aan het hart gaat: vrijheid.

En dat die vrijheid niet voor iedere vrouw, ieder mens(!) is weggelegd. Daar mag aandacht voor zijn. Vandaag. Maar eigenlijk elke dag.