Huis, tuin en keuken zweven

Ben je klaar voor een beetje huis, tuin en keuken zweven? Komt ie!

Alles is liefde
Jaaa, die film is fantastisch, en rond Sinterklaas wil ik ook een Vale-Piet in bed. Maar de rest van het jaar geldt ook: Alles is liefde. En alles ben ik en jij, en wie dan ook.

Ik geloof dat als situaties en mensen op mijn pad komen én iets met mij doen, dat mij dat helpt om te reflecteren, te ontwikkelen. En om mij keer op keer liefde tye laten ervaren. Ik geloof niet in lotsbestemming of in ‘je hebt áltijd een keuze’. Ik denk wel dat wat een situatie met mij doet, emotioneel en soms zelfs fysiek, het effect is van míjn bagage, mijn leven. Een situatie of emotie die je uit de bocht laat vliegen, staat vaak niet op zich, het is een som van meerdere delen.

Emotie als boodschapper
Ik vind emoties prachtig. En toch word ik er met enige regelmaat door onderuit geschoffeld. Ze zijn zó intens. Mijn ‘negatieve emoties’ als angst, woede, boosheid, paniek. En toch kan ik ze steeds meer verwelkomen als een welkome boodschap, een goede ervaring. Er is iets, een ervaring of een gedachte waar ik nog iets mee moet. Iets wat ik nog als ‘niet goed’ bestempel, waar ik in tegen weerstand kom.

Aan mij dus om daar iets mee te gaan doen. Of niet. Dat mag ook, dan komt het vanzelf opnieuw voorbij en mag ik daar weer een keuze in maken. Meestal is het voor mij genoeg om te herleiden welke emotie er voor mij achter zit, en waar die vandaan komt. The thing is: je kunt het verleden niet veranderen. Ik kan alleen maar proberen om mijzelf zoveel liefde te geven, dat ik die situatie los kan laten.

Alledaags praktijkvoorbeeldje 🙂
Situatie schets: mijn zoon wil iets niét en ik wil dat wel. Schoenen en jas aan en en gáán bijvoorbeeld. En eigenlijk ook gewoon nu. Omdat ik het zeg. Want..
A. Ik heb afgesproken (oh lord. Tijdsdruk)
B. Ik voel me tekort gedaan want ik doe aalleees en nu werken ze niet mee!
C. Ik vraag het honderd keer, ben geen langspeelplaat, geen uithangbord en óók geen lakei. Mijn geduld is OP.

Hij:
A. Heeft geen zin, ziet de noodzaak niet
B. Moet echt even dit lego project afbouwen
C. Kijkt de rescue bots en hóórt me niet eens. En ineens is die moeder (zie A) zwaar geïrriteerd en ohjoy, nu staat ze ook nog met een kwaaie kop te zeggen wat je NU moet doen.

En wat gebeurt er dan: juist. Wij raken onze verbinding kwijt, komen tegenover elkaar te staan, willen allebei controle en hoppata: battle for middle earth was er niks bij.

Puur of geconditioneerd?
Maar als ik dan heel eerlijk ben.. dan zijn zijn redenen veel puurder dan die van mij. Zonder daarbij goed of fout te willen bestempelen. Hij is in het nu, is druk met lego, met bovenop z’n broertje zitten, loopt naar de gang om zn schoenen te pakken maar ziet een ballon die hij écht even tien keer moet opblazen, hij ‘gehoorzaamt’ niet omdat hij andere dingen te doen heeft, zonder doel.

Maar ik, ik heb afgesproken. Dus ik heb me aan een afspraak te houden, vind ik. En ik voel me soms echt een sloof, vind dat ik niet op waarde geschat word, alsof ik het niet waard  ben om naar te luisteren, ik heb een doel en wil daar zo snel mogelijk naar toe. En iedereen moet meewerken anders raak ik in paniek.

Maar, joeee! Laten we eerlijk zijn. De situatie is: ‘mijn kind heeft nog geen schoenen en jas aan, en ik wil weg. Punt’.
Niks respectloos aan, geen sloof, waardeloos, of met welke gedachte ik mijzelf ook neersabel. Al die gedachten erbij komen niet uit het nu, en ook niet bij mijn kind vandaan. Het zijn mijn oordelen, mijn gedachten, mijn onopgeruimde shit. Dus het IS helemaal niet wáár. Het zijn mijn gedachten die me in de weg zitten. Niet mijn kinderen. Meestal dan 😉

Ja leuk, die ratio. MAAR.
De emotie -paniek- is er echter al voor ik me dat kan bedenken. Vooral op dagen dat ik moe ben, mijn gedachten weer eens overuren draaien en mijn hoofd niet stopt en mijn lijf het niet bijbeent, ben ik daar vatbaar voor. Op dagen dat ik kipfit ben, speelt het helemaal geen rol. In exact dezelfde situatie, dat alleen geeft al te denken.

Maar goed, die emotie is er, dus die gaat even sky high en dan -dat is het leuke van emoties- gaat het ook weer weg. Pas daarna zie ik meestal van een afstandje dat mijn gedachten, mijn oude boosheid en onvrede, het NU in de weg staan: de verbinding met mijn kind. En dat de enige manier om tot samenwerken te komen, verbinding is. Dat dwing je niet af, dat ontstaat vanuit liefde. Want diegene die je liefhebt, daar wil je mee samen zijn. Niet omdat het moet, maar omdat het kan en je dat wilt.

En zo kom je weer bij liefde. En dat is het mooie: Liefde is oneindig, het raakt nooit op. En als er genoeg is om heel veel van jezelf te houden en heel veel van anderen te houden, weet je dat die liefde altijd aanwezig is. Dan durf je die verbinding met anderen aan te gaan, en met jezelf.

Liefde is als een pleister op alle wonden: dat heelt. Dat brengt je dichter bij je zelf en bij anderen. Weg van je patronen, je genadeloze gedachten.

Let love rule.

 
image

Morgen gaat mijn pink eraf

‘Morgen gaat ook mijn pink eraf. Ik heb al geen duimen meer.’ Zei mijn oudste zoon.
Mijn vriend keek wat verbaasd. ‘Maar mama heeft al haar vingers nog hoor.’ Werd hij gerustgesteld.

Nog 17 nachtjes (dat zijn mijn vingers plus die van hem, minus zijn duimen en sinds vandaag dus ook zijn pink), dan wordt hij vijf jaar.

Aftellen, het is wat. Mijn zoon die niet groter wil worden, voor altijdeneeuwig wil blijven zoals hij nu is. Die al een jaar blijft vol houden dat hij drie jaar is of niet weet hoe oud hij is.

Ineens leert hij zichzelf letters lezen en tekent die ook na, kent al heel wat cijfers van de klok en maakt zijn intrede in de wereld van rekenen (waarbij ik over een week ook mijn vingers mag gaan opofferen).
Hij sluit de prachtigste compromissen met zijn broertje, en soms ‘lukt dat niet, mama’ dus dan brult hij gewoon heel hard.

Mijn oudste zoon. Die al bijna vijf jaar (plus negen maanden) ons leven mooier maakt, ons leven overhoop haalt, het leven een prachtig avontuur maakt en die ons leert dat zoals je écht bent, goed is. Ons prachtig enthousiaste kindje, met al zijn empathie, met al zijn worstelingen.

Met liefde offer ik mijn vingers op, desnoods mijn hele hand.

28/7

De dag dat je oudste kind geboren wordt, begint het. De onophoudelijke stroom van liefde, zorgen en verzorgen. Of je nou werkt of thuis bent, je bent áltijd mama. Eigenlijk begint het al eerder, tijdens je zwangerschap. Je lijf draagt, verzorgt, groeit een kind.

Dat is denk ik de grootste verandering van vrouw naar moeder. Je zorgt niet alleen meer voor jezelf, maar je zorgt éérst voor een ander en dán pas voor jezelf. Want jaja, ik weet het. Met die maskers en dat vliegtuig. Maar ik ken vooral moeders die hun bloedjes eerst dat masker op zouden zetten, dan checken of hun man ‘m op heeft, rondkijken of er nog een kind maskerloos is en dan -oh kak!- zelf nog ergens in de diepten van hun tas op zoek gaan naar een masker (die natuurlijk boven je hoofd bungelt, maar beroepsdeformatie he).

Je bent als moeder altijd aan het reageren. Op huilen, op honger, op verdriet, op blijheid. Overdag. En ‘s nachts. Het gaat maar door, het stopt niet. En al hoef je niet altijd te reageren, je lichaam en hoofd zijn altijd in waakstand. Dat vraagt van je. Dat vergt van je.

Tel daarbij op de maatschappij waarin we leven, die zo hard gaat, maar doorgaat, dag én nacht. En waar je ook vooral aan het reageren bent. Op whatsapp, op social media, telefoontjes, email en old school sms. Op die waakstand is ons lijf en hoofd helemaal niet gebouwd. We draaien overuren, zelfs zonder werk.

Moeders (en vaders, maar die hebben een andere blauwdruk, sorry papa’s), hoe houden we dat vol? Probeer eens echt héél bewust soms even niét te reageren op dat waarop je niet hóeft te reageren. Sta stil. Ga zitten. Haal adem. Doe even niks. Dat is fijn, en zo ontzettend nódig.
Laad jezelf even op, door niks te doen. Of door iets te doen waarbij je alleen maar hoeft te ‘zijn’.

Je hebt dat nodig. Je lichaam heeft dat nodig. Je hoofd vindt het ook wel eens fijn om niet honderd dingen tegelijk te moeten overdenken. En je kind vindt dat ook wel handig, een moeder die voorleeft dat stil staan geen achteruitgang is.

Vrouwenkracht

Heel lang dacht ik ‘wij vrouwen zijn ervoor gemaakt’. Maar voelen deed ik het niet. Zo gewend was ik geraakt aan het niet luisteren naar mijn lijf, maar naar wat ánderen over mijn lijf te zeggen hadden. Over mijn gedachten, mijn emoties zelfs.

De geboorte van onze oudste. Het overkwam me, het gebeurde. Beslissingen die mijn lijf aangingen, werden buiten mij om gemaakt. Ik volgde, ik moest wel. Het contact met het kindje in mijn buik had ik niet meer. Het was alsof ik overspoeld werd en zelf de grip niet meer had. Ik werd getoucheerd, bijgestimuleerd, verdoofd. Want dat was nodig. Vond men. Geloofde ik. Uiteindelijk, na 25 uur en anderhalf uur persen zonder persweeen werd het tóch een keizersnede. Want mijn lijf faalde, zo voelde het. Idem dito met de borstvoeding, het was alsof we elkaar tegenwerkten, en vooral anderen wisten ‘dat dit niet was hoe het moest zijn, dus stop er toch mee.’ Dus stopte ik. En verloor weer een beetje vertrouwen in mijn lijf, mijn kunnen.

Twee jaar later volgde de zwangerschap van onze jongste. En wat een verschil was dat. Langzaam durfde ik meer op mijzelf te vertrouwen, op mijn lijf, op het kindje dat groeide. We werden een team, hij en ik. ‘Dit keer doe ik het zelf!’ zei ik tegen mijn vriend. Die vond dat nogal wat. Maar ‘wij vrouwen zijn ervoor gemaakt’, nu dacht ik het niet alleen, ik voelde het ook. Ik wist: dit kan ik. Hypnobirthing (nog onbekend bij mijn verloskundigen) bracht mij het vertrouwen in mijn lijf. Maar vooral ook dat ik mezelf toestond mijn intuïtie te volgen.

Met wat consessies (zoals bevallen in het ziekenhuis), maar wél met een stevig geboorteplan en een flinke dosis intuïtievolgende eigenwijsheid gingen wij met vertrouwen die prachtige gebeurtenis tegemoet. Want dát is het. Het is niet eng, het is niet gevaarlijk. Het is de geboorte van een leven. Dat wilde ik met rust en heel veel liefde op de wereld zetten. Niet met stress en onzekerheid.

En dat is gelukt. Ik heb het zelf gedaan. En wat een oerkracht kwam daar los. Het was intens, het was heftig, maar wat voelde ik mij sterk. Ik kon dit, niet vanuit mijn hoofd, maar met mijn lijf. En ik kon het niet alleen, ik deed het ook. Zonder wat voor verdoving of bijstimulatie dan ook. Ik vertrouwde erop dat mijn lijf wist wat het moest doen. En ik volgde. Ik moest wel. Het contact met mijn kindje bleef al die tijd. Het was alsof ik overspoeld werd maar nog volledige grip had. Ik durfde het los te laten omdat ik dat wilde.

En twee jaar later durf ik wel te zeggen dat die geboorte lifechanging is geweest. Het zette mij als moeder, als vrouw, als mens in mijn kracht.

Een vrouw in haar kracht. Die kan bergen verzetten, kinderen op de wereld zetten en andere wereldwonderen laten voltrekken.

Stroom

Bij het wiegen van het water,
slaap je dicht tegen mij aan.
Ondanks de golven en de stroming,
ga je niet bij mij vandaan.

Want ik kus je en ik draag je,
bij mij, hier in mijn hart.
Maar niet alleen van binnen,
jij hoort bij me dag en nacht.

Oh klein ventje, lieve jongen,
blijf een kind je leven lang.
Blijf verbaasd en onverschrokken,
zo lief, zo teer en wees niet bang.

Golven ga je over,
met de stroming ga je mee.
Voel het water door je vingers,
proef het zoute van de zee.

Klein lief ventje, mooie jongen,
blijf een kind je leven lang.
Verbaas, ontdek, verwonder,
ervaar en wees niet bang.

Moddersoep

 

Met je handen in de modder
Water, aarde en wat zand
Wroeten lekker met een stokje
Modderworsten door je hand

Ja joh, ga er maar in liggen
Mama wast je jas wel weer
‘Daar hebben we een machine voor’
Zeg ik voortaan dus niet meer

Op je neus, je wang, je oor,
In je mond en in je haar
Even rollen, nog wat extra
Je vindt het allemaal geen bezwaar

Lekker vies en lekker smerig
Grote bende, jij zo klein
Van top tot teen een smeerpoets
Wat is moddersoep toch fijn

Familiebed

Naast me liggen drie slapende mannen. En nee, niet omdat ik zo’n wild leven heb. Wij slapen als gezin samen. Een bewuste keuze om onze jongens ook (juist!) ‘s nachts bij ons te houden (welke werkende vader heeft nou zoveel contact met zijn kind?). Zodat we kunnen inspelen op hun behoeften, zónder daarvoor ons bed uit te moeten. Liever lui dan moe. Niet dat we nooit moe zijn. We hebben namelijk echt twee slaapdraken op de wereld gezet.

Maar nu, nu liggen ze daar. Drie op een rij. Ze liggen alledrie precies hetzelfde. Zo half op hun zij, half op hun buik. Op dit moment liggen we allevier op een eigen matras. Ons bed is dan ook drie-en-een-halve-meter breed. Ja, da’s lang he? Zeeën van ruimte zou je denken. Toch heeft mijn liefde een innige relatie met de radiator en zijn nachtkastje (kleuters vinden dat ze anderhalf meter nodig hebben) en vind ik mezelf geregeld halverwege de nacht overdwars op het voeteneind. Met een been op mijn hoofd (niet het mijne overigens). Of een dreumes op mn buik.
Ach, mijn man snurkt dan weer niet 😀

We worden wel eens vreemd aangekeken. Ze knipperen wat met hun ogen en zeggen ‘oja, dat kan natuurlijk ook’. Soms zijn de reacties ook heel erg leuk. En vaak hebben mensen niet eens door dat zij zelf óók samen slapen ‘Nee, we slapen niet samen. Ze komen wel vaak halverwege de nacht bij ons liggen’.

Kindjes hebben die behoefte vaak nodig. Het is zo fijn om relatief makkelijk aan die behoefte te voldoen.

Ah, er begint een jongetje wat te draaien, tijd voor een knuffel. Slaap lekker <3

Joekels van tetten en ijs als ontbijt

Ik weet het zonder dat ik weet hoe het voelt. Mijn borsten voelen gek, en waterijs als ontbijt vóór zeven uur in de ochtend lijkt ineens heel logisch.

Zwanger.

Die test kan niet duidelijker zijn. Hoera, zwanger! Help, zwanger! Want geweldig mooi, fantastisch, leuk. Maar oh man wat spannend, eng, watstaatonsallemaaltewachten. Dit wil ik graag, hier hebben we heel wat uren over gepraat. Rationeel alle voors en tegens, vervolgens puur op gevoel de beslissing gemaakt om die pil de deur uit te bonjouren. Want hell yeah, we zijn er klaar voor. Maar holymolyf*ck..

Want dan begint het.
Je meld je aan bij een online zwangerschapskalender, weet exact de groei van t friebeltje in je buik, je UD (vakjargon) is dan-en-dan en het Grote Regelen begint. Verloskundigen, cursussen, opvang (heel internet schreeuwt: regel het nog voooor je zwanger bent).

Maar je bent kapotmoe, man. Lig je ineens om half acht op de bank te slapen, ga je over je nek van die vieze foliumzuurtabletten, je bent misselijk, hebt nergens trek in maar wél honger.

EN NIEMAND DIE WAT ZIET.

Of zelfs: niemand die het wéét. Oh man. Ik knalde zowat uit elkaar. Figuurlijk dan he, dat letterlijk kwam pas na een week of 30.

Zwanger zijn. Ik vind dat toch een vreemd iets hoor.
(Bij die tweede wist ik trouwens precies hoe het voelde. Zodra ik de dag begon met een festini wist ik hoelaat het was. Die hele zws kalender heb ik die keer geskipt trouwens & mn UD vergat ik steevast).

Geboorte

Ik mocht erbij zijn. Bij dat mooie ontstaan van leven, ik zag het vinden van een ongekende kracht en ik hoorde de eerste ademhalingen van een nieuw mensje.

Een geboorte. Ik schreef al eerder over bevallen, over dat vertrouwen in jezelf en je lichaam zo waardevol is. Een ander kan jou dat niet geven, dat moet je helemaal zelf doen.

Ik schreef de blog voor jou, mijn lieve zwangere vriendinnetje. Je bent inmiddels bevallen. En ik mocht er bij zijn.

Ik was voor het eerst in mijn leven getuige van zoiets groots, zo intens, zo prachtig krachtig, zo oer. Je deed het helemaal zelf. Je deed het. Je liet los, je vertrouwde op jezelf en je kunnen. Ik zag je lichaam werken, ik zag dat je volgde. Soms overrompelde het, was het veel en heftig.
Maar je wist ook dat je het kon.

Al je voorbereiding, al je bewustwording, alle keuzes die je de afgelopen negen maanden maakte. Uren hebben we erover gepraat, nog veel vaker dacht je erover na. En steeds kwam je een klein beetje méér bij dat vertrouwen.

Je hebt het zelf gedaan. En wat mag je ongelooflijk trots zijn op jezelf.
Wat mooi om dat allemaal van de zijlijn te mogen zien. En wat was het mooi daarin ook een beetje te delen. Dank je wel.

En lieve kleine V. Welkom kleintje, wees welkom om te worden wie je bent.