28/7

De dag dat je oudste kind geboren wordt, begint het. De onophoudelijke stroom van liefde, zorgen en verzorgen. Of je nou werkt of thuis bent, je bent áltijd mama. Eigenlijk begint het al eerder, tijdens je zwangerschap. Je lijf draagt, verzorgt, groeit een kind.

Dat is denk ik de grootste verandering van vrouw naar moeder. Je zorgt niet alleen meer voor jezelf, maar je zorgt éérst voor een ander en dán pas voor jezelf. Want jaja, ik weet het. Met die maskers en dat vliegtuig. Maar ik ken vooral moeders die hun bloedjes eerst dat masker op zouden zetten, dan checken of hun man ‘m op heeft, rondkijken of er nog een kind maskerloos is en dan -oh kak!- zelf nog ergens in de diepten van hun tas op zoek gaan naar een masker (die natuurlijk boven je hoofd bungelt, maar beroepsdeformatie he).

Je bent als moeder altijd aan het reageren. Op huilen, op honger, op verdriet, op blijheid. Overdag. En ‘s nachts. Het gaat maar door, het stopt niet. En al hoef je niet altijd te reageren, je lichaam en hoofd zijn altijd in waakstand. Dat vraagt van je. Dat vergt van je.

Tel daarbij op de maatschappij waarin we leven, die zo hard gaat, maar doorgaat, dag én nacht. En waar je ook vooral aan het reageren bent. Op whatsapp, op social media, telefoontjes, email en old school sms. Op die waakstand is ons lijf en hoofd helemaal niet gebouwd. We draaien overuren, zelfs zonder werk.

Moeders (en vaders, maar die hebben een andere blauwdruk, sorry papa’s), hoe houden we dat vol? Probeer eens echt héél bewust soms even niét te reageren op dat waarop je niet hóeft te reageren. Sta stil. Ga zitten. Haal adem. Doe even niks. Dat is fijn, en zo ontzettend nódig.
Laad jezelf even op, door niks te doen. Of door iets te doen waarbij je alleen maar hoeft te ‘zijn’.

Je hebt dat nodig. Je lichaam heeft dat nodig. Je hoofd vindt het ook wel eens fijn om niet honderd dingen tegelijk te moeten overdenken. En je kind vindt dat ook wel handig, een moeder die voorleeft dat stil staan geen achteruitgang is.

Familiebed

Naast me liggen drie slapende mannen. En nee, niet omdat ik zo’n wild leven heb. Wij slapen als gezin samen. Een bewuste keuze om onze jongens ook (juist!) ‘s nachts bij ons te houden (welke werkende vader heeft nou zoveel contact met zijn kind?). Zodat we kunnen inspelen op hun behoeften, zónder daarvoor ons bed uit te moeten. Liever lui dan moe. Niet dat we nooit moe zijn. We hebben namelijk echt twee slaapdraken op de wereld gezet.

Maar nu, nu liggen ze daar. Drie op een rij. Ze liggen alledrie precies hetzelfde. Zo half op hun zij, half op hun buik. Op dit moment liggen we allevier op een eigen matras. Ons bed is dan ook drie-en-een-halve-meter breed. Ja, da’s lang he? Zeeën van ruimte zou je denken. Toch heeft mijn liefde een innige relatie met de radiator en zijn nachtkastje (kleuters vinden dat ze anderhalf meter nodig hebben) en vind ik mezelf geregeld halverwege de nacht overdwars op het voeteneind. Met een been op mijn hoofd (niet het mijne overigens). Of een dreumes op mn buik.
Ach, mijn man snurkt dan weer niet 😀

We worden wel eens vreemd aangekeken. Ze knipperen wat met hun ogen en zeggen ‘oja, dat kan natuurlijk ook’. Soms zijn de reacties ook heel erg leuk. En vaak hebben mensen niet eens door dat zij zelf óók samen slapen ‘Nee, we slapen niet samen. Ze komen wel vaak halverwege de nacht bij ons liggen’.

Kindjes hebben die behoefte vaak nodig. Het is zo fijn om relatief makkelijk aan die behoefte te voldoen.

Ah, er begint een jongetje wat te draaien, tijd voor een knuffel. Slaap lekker <3